Turkse tapijten staan wereldwijd bekend om hun uitzonderlijke vakmanschap en rijke culturele geschiedenis. Van fijn geknoopte zijden tapijten uit Hereke tot robuuste wollen vloerkleden uit Anatolië: Turkse tapijten zijn er in talloze stijlen, kleuren en afmetingen. Deze kunstvorm heeft zich door de eeuwen heen ontwikkeld, met verschillende regio's in Turkije die hun eigen unieke stijlen en technieken hebben bijgedragen. In dit blog duiken we dieper in de geschiedenis en kenmerken van Turkse tapijten: waar ze vandaan komen, wat een nomadenkleed onderscheidt van een dorpstapijt of een hofstuk, welke weefstreken je moet kennen, en waar je een Turks tapijt in het echt kunt bekijken. Ook lees je hoe je handgeknoopte Turkse tapijten herkent en wat het verschil is met Perzische tapijten.
De oorsprong
De traditie van het tapijtweven in Turkije gaat duizenden jaren terug, met wortels die terug te vinden zijn in de nomadische culturen van Centraal-Azië. Hoe oud die traditie is, bewijst het beroemde Pazyryk-tapijt: het oudste bewaard gebleven tapijt ter wereld, zo'n 2400 jaar oud, is geknoopt met een symmetrische knoop die sterk lijkt op de Turkse knoop die tot op de dag van vandaag wordt gebruikt. Toen de nomadenstammen uit Centraal-Azië zich vestigden in Anatolië, nu het moderne Turkije, brachten ze hun kennis en technieken van het tapijtweven met zich mee. Anatolië, gelegen op het kruispunt van verschillende beschavingen, werd al snel een centrum voor de productie van oosterse tapijten die niet alleen functioneel waren, maar ook esthetisch en symbolisch van groot belang.
De tapijten uit Anatolië zijn vaak doordrenkt met symboliek, waarbij elk patroon en kleurgebruik een specifieke betekenis heeft. Bijvoorbeeld, het gebruik van de kleur rood kan bescherming symboliseren, terwijl blauw vaak wordt geassocieerd met hemel en spiritualiteit. Het vakmanschap werd doorgegeven van generatie op generatie, en dit heeft ervoor gezorgd dat de traditie van het weven en knopen van Turkse tapijten levendig is gebleven tot op de dag van vandaag.
Nomade, dorp, werkplaats en hof
Wie Turkse tapijten wil begrijpen, heeft aan één onderscheid meer dan aan een lijst met plaatsnamen: wie heeft dit kleed geknoopt, en waarvoor? In Anatolië bestaan vier manieren van werken naast elkaar, en ze verklaren vrijwel alles wat je aan een kleed ziet — het formaat, de regelmaat, de kleur en de prijs.
- Het nomadenkleed. Geweven door rondtrekkende herdersfamilies (de yörük) op een horizontaal weefgetouw dat op de grond wordt uitgelegd en bij het verhuizen wordt opgerold. Ketting én inslag zijn van wol, het patroon komt uit het hoofd, en de maat wordt bepaald door wat de tent en het weefgetouw toelaten — zelden heel breed, vaak wat langwerpig. Nomadenwerk is het minst regelmatig en juist daarom het levendigst: kleurbanen die verspringen omdat een nieuwe pot verf is aangezet, randen die niet kaarsrecht lopen, een patroon dat halverwege van gedachten verandert.
- Het dorpstapijt. Geknoopt in huis op een staand weefgetouw, meestal door vrouwen, naar een patroonrepertoire dat in het dorp van generatie op generatie wordt doorgegeven. Regelmatiger dan nomadenwerk, maar nog altijd zonder tekening: geen twee stukken zijn gelijk. Veel van de klassieke Anatolische namen — Melas, Mucur, Konya — zijn dorps- en streeknamen, geen fabrieksnamen.
- De werkplaats. Hier wordt gewerkt naar een uitgetekend patroon, met een voorman en meerdere knopers aan één getouw. Dat maakt grote formaten, hoge knoopdichtheden en herhaalbare maten mogelijk; een werkplaats kan twee vrijwel identieke kleden leveren, een dorp niet.
- Het hofstuk. Ontworpen in een atelier van het hof en uitgevoerd in de fijnste materialen. Hier komt zijde in beeld, en knoopdichtheden waar het blote oog moeite mee heeft.
Dat verschil is geen kwaliteitsladder. Een goed nomadenkleed van sterke, plantaardig geverfde bergwol is doorgaans duurzamer op een drukke vloer dan een fijn hofstuk — dat laatste is eerder een wandkleed dan een looptapijt. Het verschil zit in wat je zoekt: karakter en onregelmatigheid, of precisie en verfijning.
Kenmerken van Turkse vloerkleden
Wat Turkse tapijten bijzonder maakt, is de complexiteit van hun ontwerpen en de gebruikte weeftechnieken. Een van de meest kenmerkende technieken is de dubbele knoop (ook bekend als de Turkse knoop of Ghiordes knoop). Deze knooptechniek, waarbij de draden tweemaal om de schering worden gewikkeld, zorgt voor een uitzonderlijk stevige en duurzame structuur van het tapijt. Dit maakt Turkse handgeknoopte tapijten niet alleen prachtig om naar te kijken, maar ook zeer duurzaam in gebruik. En het blijft handwerk op indrukwekkende schaal: een gemiddeld handgeknoopt Turks tapijt telt al snel meer dan 250.000 knopen per kleed — bij fijne stukken loopt dat op tot in de miljoenen.
De ontwerpen van Turkse tapijten zijn vaak zeer gedetailleerd, met patronen die variëren van geometrische figuren tot bloemmotieven en medaillons. Deze patronen zijn niet alleen decoratief, maar dragen ook diepere betekenissen en verhalen met zich mee. Bloemenmotieven kunnen bijvoorbeeld groei en vruchtbaarheid symboliseren, terwijl medaillons vaak een centraal punt van spiritualiteit of macht vertegenwoordigen.
Eén vorm kom je in Anatolië steeds weer tegen: het bidkleed (seccade). Je herkent het aan de nis — de mihrab — die aan één zijde in het patroon is geweven en die bij het gebed naar Mekka wordt gericht. Een bidkleed heeft dus een boven- en een onderkant, waar een medaillonkleed van alle kanten hetzelfde leest. Het formaat volgt de functie: ruimte voor één persoon, doorgaans ergens tussen 100 x 150 en 130 x 180 cm.
Materialen: wol, katoen en zijde
Traditionele Turkse tapijten worden geknoopt van wol, meestal op een schering van katoen of wol. Wol is van nature slijtvast en vuilafstotend en geeft een vloerkleed warmte en veerkracht — ideaal voor de woonkamer. Voor de allerfijnste stukken wordt zijde gebruikt: zijden tapijten hebben een veel hogere knoopdichtheid, waardoor extreem gedetailleerde ontwerpen mogelijk zijn, en een kenmerkende glans die met de lichtinval verandert. Handgeknoopte tapijten van deze natuurlijke materialen gaan bij goed onderhoud generaties lang mee.
De schering vertelt bovendien iets over de herkomst. Een wollen ketting wijst richting nomaden- en dorpswerk; katoen is sterker en rekt minder, ligt daarom vlakker en werd de standaard zodra er in werkplaatsen op grotere formaten werd gewerkt. Zijde op zijde — zoals bij de fijnste Hereke — is voorbehouden aan het topsegment.
De weefstreken van Turkije
Anatolië is geen eenvormig weefgebied. Elke streek heeft een eigen palet, een eigen patroonrepertoire en een eigen bouw. Hieronder de streken die je in onze collectie tegenkomt, met een directe link naar wat er op dit moment van ligt.
Hereke
Hereke ligt aan de Golf van İzmit, ten oosten van Istanbul. Hier werd in de negentiende eeuw een keizerlijke manufactuur opgericht die weefwerk leverde voor de paleizen van de Ottomaanse sultans — geen dorpsambacht dus, maar hofproductie met alles wat daarbij hoort: uitgetekende patronen, geselecteerde materialen en knoopdichtheden die tot de hoogste ter wereld behoren. De Hereke zijde die wij voeren is zijde op zijde geknoopt: handgesponnen natuurzijde op een zijden ketting. Zo'n kleed leest als een schilderij en verandert van kleur met de lichtinval — leg het één slag gedraaid en je ziet een ander tapijt.
Uşak (Oushak)
Uşak, in het westen van Anatolië, is een van de oudste en invloedrijkste centra van het land. De grote medaillon- en sterpatronen uit Uşak werden al in de vijftiende en zestiende eeuw naar Europa verhandeld, en ze zijn daar ook terug te zien: Anatolische kleden uit die periode liggen op tafels en vloeren in Europese schilderijen, en hele groepen worden in de vakliteratuur nog altijd genoemd naar de schilders die ze afbeeldden — Holbein, Lotto — en niet naar de wevers. Wat Uşak vandaag aantrekkelijk maakt, is het palet: zachte goud- en abrikoostinten, terracotta, beige en lichtblauw, in grote, ruim getekende patronen. Daardoor liggen ze verrassend rustig in een modern interieur. Bekijk onze Ushak tapijten; een deel daarvan is uitgevoerd in de Ziegler-tekening, met hetzelfde gedempte kleurbereik in een wat opener patroon.
Konya
Konya, in het hart van Centraal-Anatolië, is waar de Anatolische tapijtgeschiedenis voor ons begint: de oudste bewaard gebleven Anatolische knooptapijten die we kennen zijn fragmenten uit de Seltsjoekse tijd, gevonden in de Alâeddin-moskee in Konya. De streek is vandaag vooral bekend om zijn kelims — platgeweven kleden zonder pool, met grote, strak geometrische velden en die kenmerkende Anatolische roodbruinen, ivoortinten en diepblauw. Onze Konya kelims zijn geweven van oude, handgesponnen wol. Let bij brede Anatolische kelims op de lengtenaad in het midden: traditioneel werden ze in twee smalle banen geweven en daarna aan elkaar gezet, omdat het weefgetouw niet breder kon.
Melas (Milas)
Melas ligt in het zuidwesten, in het achterland van de Egeïsche kust. De streek staat bekend om haar bidkleden en om een palet dat je meteen herkent: geel- en goudtinten naast meekraprood, met veel ivoor. Wij hebben er zelden veel van tegelijk; bekijk wat er ligt bij Melas. Onze Melas-stukken zijn handgeknoopt in Turkije van handgesponnen wol en plantaardig geverfd.
Mucur (Mujur)
Mucur ligt in Centraal-Anatolië, in de provincie Kırşehir, en is bij verzamelaars vooral bekend om zijn bidkleden. Wij voeren er af en toe een antiek exemplaar van — het stuk dat nu in de collectie zit is een negentiende-eeuws bidkleed uit centraal Turkije. Zie Mujur.
Yenicoy
Yenicoy — Turks voor "nieuw dorp" — is de naam waaronder deze groep bij ons in de collectie staat. Wat we er met zekerheid over zeggen: handgeknoopt in Turkije, van handgesponnen wol en plantaardig geverfd. Het zijn vrijwel altijd ruime formaten, van ongeveer 200 x 240 cm tot ruim 270 x 380 cm, met de zachte, wat vergrijsde kleurstelling die plantaardige verf geeft. Voor wie een groot Turks kleed zoekt voor onder een eettafel of een volledige zithoek is dit doorgaans de ruimste keuze die we hebben: bekijk de Yenicoy tapijten.
En wat níet Turks is: Chirwan en Kazak
Chirwan (Shirvan) en Kazak worden vaak in één adem met Turkse tapijten genoemd, en niet helemaal ten onrechte: ze zijn met dezelfde symmetrische knoop geknoopt en delen het strak geometrische idioom. Maar ze komen uit de Kaukasus, niet uit Anatolië. Wie de familiegelijkenis wil zien, kijkt naast de Anatolische stukken ook even bij de Chirwan tapijten.
Twee klassieke namen die je in de literatuur tegenkomt — Kayseri en Bergama — voeren wij op dit moment niet. Wij noemen ze hier wel, omdat je ze bij het oriënteren zult tegenkomen, maar we schrijven er niets over wat we niet met een kleed in de hand kunnen laten zien.
Het Ottomaanse tapijt
"Ottomaans tapijt" is geen streeknaam maar een stijlaanduiding. Ze verwijst naar het weefwerk dat vanaf de zestiende eeuw in en voor het Ottomaanse hof werd gemaakt, en het verschil met dorpswerk is precies het verschil tussen tekenen en onthouden: de patronen kwamen uit de ateliers van het hof, waar ontwerpers ook de tekeningen leverden voor tegels, zijdeweefsels en boekband. Daardoor zie je op Ottomaanse hoftapijten dezelfde motieven terug die je van Iznik-keramiek kent — de tulp, de anjer, de hyacint, het gekartelde saz-blad — vloeiend en botanisch getekend, waar het Anatolische dorpsrepertoire juist hoekig en abstract is.
Die hoftraditie is nooit helemaal weggeweest. De keizerlijke manufactuur van Hereke is er de directe voortzetting van, en de fijne zijden Hereke die wij voeren staat in diezelfde lijn: ontworpen op papier, uitgevoerd in het beste materiaal dat er is. Wie "Ottomaans" zoekt en bij een geometrisch dorpskleed uitkomt, zoekt in de verkeerde hoek — en andersom.
Turkse tapijten vs. Perzische tapijten
Turkse en Perzische tapijten worden vaak in één adem genoemd, maar er zijn duidelijke verschillen. Perzische tapijten uit Iran worden doorgaans geknoopt met de enkele (Senneh) knoop; Turkse vloerkleden gebruiken de dubbele Turkse knoop, wat een steviger weefsel oplevert. Qua ontwerp zijn Perzische tapijten vaak bloemrijker en fijner getekend, terwijl Turkse tapijten juist krachtiger van kleur en geometrischer van patroon zijn. Ook Afghaanse tapijten hebben een eigen, herkenbare traditie. Welke je kiest is vooral een kwestie van smaak en interieur: het zijn allemaal handgeknoopte tapijten van hoge kwaliteit met een eigen verhaal. Benieuwd naar het verschil in het echt? Bekijk naast onze Turkse collectie ook onze originele Perzische tapijten.
Kies jij voor een Turks tapijt?
Turkse tapijten zijn niet alleen decoratieve stukken, maar ook dragers van een rijke culturele traditie. Of je nu houdt van het verfijnde vakmanschap van Hereke tapijten of de rustieke charme van Oushak waardeert, elk Turks tapijt vertelt een uniek verhaal. Door de combinatie van complexe ontwerpen, duurzame materialen en eeuwenoude technieken blijven Turkse vloerkleden een waardevolle aanvulling op elk interieur — van klassiek tot modern.
Waar koop je een Turks tapijt?
Eerlijk antwoord vooraf: wij hebben geen aparte collectiepagina "Turkse tapijten". Turkse stukken liggen bij ons verspreid over de collectie, en dat is geen slordigheid maar de manier waarop de handel werkt — een Konya-kelim staat tussen de kelims, een Uşak tussen de geknoopte tapijten. Hieronder staat waar je ze vindt, online en in het echt.
In onze galerieën in Hilversum en Groningen
Een tapijt beoordeel je niet op een scherm. Kleur verschuift met het licht, de glans van wol keert om als je een halve slag om het kleed heen loopt, en pas met je hand op de pool voel je het verschil tussen dorpswol en werkplaatswol. Daarom liggen onze tapijten in de galerie, waar je ze kunt omdraaien, over elkaar leggen en naast elkaar vergelijken.
- Galerie Hilversum — 's Gravelandseweg 29A, 1211 BN Hilversum · 035-6228345
- Galerie Groningen — Gedempte Zuiderdiep 71, 9711 HC Groningen · 050-3186797 · hier begon het familiebedrijf in 1994
Beide galerieën zijn dinsdag tot en met vrijdag geopend van 11:00 tot 18:00 uur en zaterdag van 10:00 tot 17:00 uur; zondag en maandag zijn we gesloten. Kom je voor iets specifieks — een Uşak in 200 x 300, een antiek bidkleed — meld het even vooraf, dan leggen we het klaar.
Gratis zichtservice aan huis
Bij een tapijt van dit kaliber is de vloer waarop het komt te liggen de enige eerlijke toetssteen. Wij brengen daarom drie tot acht kleden bij je thuis, zodat je ze in je eigen licht en naast je eigen meubels ziet. Dat kan in heel Nederland, zonder voorrijkosten en zonder verplichting. Plan een afspraak en geef door waar je naar zoekt.
Online: waar de Turkse stukken staan
Wil je eerst zelf rondkijken, dan zijn dit de ingangen:
- Kelim vloerkleden — platgeweven, tweezijdig, zonder pool. Turkije is het kelimland bij uitstek; binnen deze collectie vind je onze Konya kelims.
- Soumack kelims — de zwaardere neef van de kelim, deels geweven, deels geknoopt en deels geborduurd, met een licht reliëf in het oppervlak. Onze soumacks komen vooral uit Iran, Afghanistan en de Kaukasus, maar wie van geometrisch, plantaardig geverfd vlakwerk houdt, kijkt hier in dezelfde familie verder.
- Wollen vloerkleden en oosterse tapijten — de volledige collectie, met daarbinnen de tagpagina's per soort: Ushak, Yenicoy, Melas, Mujur en Hereke zijde.
- Kelim kussens — gemaakt van oude, veelal antieke Turkse kelims. Het goedkoopste eerlijke stukje Anatolisch weefwerk dat je in huis kunt halen, en de manier waarop veel klanten bij ons beginnen.
Van elk stuk is er precies één. Wat op de site staat, ligt in de galerie — en andersom: wat vandaag ligt, ligt er volgende maand misschien niet meer.
Veelgestelde vragen over Turkse tapijten
Hoe herken je een echt Turks tapijt?
Aan de dubbele Turkse (Ghiordes) knoop: op de achterzijde zie je het patroon knoop voor knoop terug. Echte Turkse handgeknoopte tapijten zijn gemaakt van wol of zijde en hebben kleine onregelmatigheden die een machinaal tapijt mist.
Hoe heet een Turks tapijt?
Turkse tapijten worden ook wel Anatolische tapijten genoemd, naar de streek waar ze geknoopt worden. Bekende soorten dragen de naam van hun herkomststad, zoals Hereke, Oushak (Uşak), Konya en Kayseri. Platgeweven Turkse kleden zonder pool heten kelims.
Wat is een Ottomaans tapijt?
Geen streeknaam maar een stijl: het weefwerk dat vanaf de zestiende eeuw in en voor het Ottomaanse hof werd gemaakt, naar patronen uit de hofateliers. Je herkent het aan vloeiend getekende bloemmotieven — tulp, anjer, hyacint, saz-blad — die ook op Iznik-keramiek voorkomen, en aan de hoge knoopdichtheid. De zijden tapijten uit Hereke staan in die traditie.
Wat is het verschil tussen een nomadenkleed en een dorpstapijt?
Een nomadenkleed wordt op een horizontaal grondweefgetouw geweven, met wol als ketting en het patroon uit het hoofd; het is onregelmatiger van maat en kleur. Een dorpstapijt wordt binnenshuis op een staand weefgetouw geknoopt naar een dorpsrepertoire en is regelmatiger, maar nog altijd zonder uitgetekend patroon. Werkplaats- en hoftapijten worden wél naar een tekening gemaakt.
Waar worden de beste Turkse tapijten gemaakt?
Hereke staat bekend om de fijnste zijden tapijten, ooit geknoopt voor de Ottomaanse paleizen. Daarnaast zijn Oushak en de dorpen van Anatolië beroemd om hun karaktervolle wollen tapijten.
Waar kun je in Nederland Turkse tapijten kopen?
Bij Galerie Hamming van Seventer in Hilversum ('s Gravelandseweg 29A) en Groningen (Gedempte Zuiderdiep 71). Turkse stukken liggen verspreid door de collectie: Konya kelims bij de kelims, Ushak, Yenicoy, Melas en Hereke zijde bij de geknoopte tapijten. Liever thuis kijken? Wij brengen drie tot acht kleden gratis bij je langs, in heel Nederland.
Passen Turkse tapijten in een modern interieur?
Zeker. Vooral Oushak tapijten, met hun gedempte kleuren en grote geometrische patronen, komen prachtig tot hun recht in een modern of ingetogen interieur.